Geen
De student kan:
1. een plan schrijven voor een kwalitatief-theologisch onderzoek dat voldoet aan wetenschappelijk-methodologische criteria (ET3,6);
2. in het kader van dit theologisch onderzoek adequaat kwalitatieve onderzoeksmethoden kiezen die binnen de relevante theologische disciplines gehanteerd worden en deze voor dit theologisch onderzoek relevante methoden zelfstandig hanteren (ET 3,6);
3. op verantwoorde wijze voor het ontworpen theologische onderzoek binnen de gekozen methoden op passende wijze data verzamelen, analyseren en verwerken tot conclusies (ET 3,6);
4. op basis van deze kwalitatieve inhoudelijke analyse en synthese een bijdrage leveren aan nieuwe theorievorming dan wel aan het ontwikkelen van (christelijke) praktijken (ET 3, 6);
deze onderzoeksresultaten presenteren door gebruik te maken van adequate middelen (ET 3,4,6,A).
“Als wetenschappelijke activiteit is theologie een activiteit van de 2e orde. Het volgt het alledaagse denken van alle christenen”. Zo formuleert Ad de Bruijne één van de vier identiteitskenmerken van theologie. Dat vraagt van de theoloog het vermogen om dat alledaagse denken van christenen een plaats te geven in haar theologische reflectie, het liefst doet zij dat systematisch en gestructureerd en methodisch verantwoord: ze verzamelt systematisch en doelgericht gegevens en ze analyseert en interpreteert deze systematisch. Methodisch handelen vraagt om bereidheid aan te sluiten bij waar anderen zijn, om transparant te zijn in keuzes die de theoloog maakt en hiervan verantwoording af te leggen. Methodisch handelen draagt zo bij aan geloofwaardig theologiseren: de theoloog is transparant in wat ze doet, ze positioneert zich in haar onderzoek en moet haar theologiseren kunnen verklaren.
In deze cursus ontwikkelen de studenten hun vermogen in het methodisch theologisch reflecteren. Hiertoe doorlopen zij een hermeneutische cyclus volledig naar aanleiding van een vraagstuk uit de (christelijke) praktijk. Deze cyclus biedt ruimte voor theologische reflectie vanuit (enkele van) de zes theologische vakken of zwaartepunten. Zij zullen daarbij de verschillende methoden en technieken gebruiken die in deze zes theologische vakken of -zwaartepunten relevant zijn.
Voor het ontwerpen, uitvoeren en afronden van dit onderzoek beschikken de studenten over de tien weken van periode 2D. Tijdens het laatste college in week 6 worden de (voorlopige) tussenresultaten mondeling gepresenteerd. Het (definitieve) onderzoeksrapport wordt uiterlijk ingeleverd in week 10.
Hoor- en werkcolleges gecombineerd met het uitvoeren van een theologisch kwalitatief-empirisch onderzoek. Het verzamelen en analyseren van kwalitatieve data. Het voorbereiden en uitvoeren van een mondelinge presentatie met voorlopige resultaten. Het schrijven van een schriftelijk onderzoeksrapport met definitieve resultaten.
Contacturen: 18u (= 9 blokuren)
Collegevoorbereiding: 18u
Uitvoering onderzoek: 104u
Dit vak bestaat uit drie beoordelingen:
- Onderzoeksplan (waardering)
- Presentatie voorlopige resultaten (cijfer)
- Paper met onderzoeksverslag (cijfer)
Het onderzoeksplan wordt beoordeeld in week 2 van periode D en moet voldoende zijn vóór aanvang van het onderzoek (go/no go). De voorlopige resultaten van het onderzoek worden mondeling gepresenteerd tijdens het laatste college in week 6. Het definitieve onderzoeksverslag (toetsvorm: paper) wordt ingeleverd in week 10. De cijfers voor presentatie en paper worden gemiddeld waarbij het cijfer voor de presentatie 1x meetelt en het cijfer voor het paper 3x.
· Graham, Elaine, Heather Walton and Frances Ward. Theological Reflection: Methods (SCM Press, 2005 of nieuwer), 1-17.
· Mortelmans, D. Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. 4e herziene druk (Den Haag: Acco, 2013), hoofdstuk 5, 8, 11 en 12 (of in de nieuwste editie van 2020: hoofdstuk 4, 6, 8, 12 en 13).
· Wisse, Maarten, en Johan Roeland. “Building Blocks for Developing a Research Question: The ABC-Model”. Teaching Theology & Religion 25, nr. 1 (2022): 22-33. https://doi.org/10.1111/teth.12603.
Aanbevolen literatuur
· Boeije, B. en I. Bleijenbergh. Analyseren in kwalitatief onderzoek: denken en doen (Amsterdam: Boom Uitgevers, 2019).
· Cameron, H.; Bhatti, D.; Duce, C.; Sweeney, J.; Watkins, C., Talking about God in Practice (SCM Press, 2010).
· Cameron, H.; Duce, C., Researching Practice in Ministry and Mission: A Companion (SCM Press, 2013).
· Evers, J., red. Kwalitatief interviewen: kunst én kunde (Boom Lemma, 2007 of nieuwer).
· Evers, J. Kwalitatieve analyse (Boom Lemma, 2015 of nieuwer).
· Ideström, Jonas, en Tone Stangeland Kaufman, red. What Really Matters: Scandinavian Perspectives on Ecclesiology and Ethnography (Pickwick Publications, 2018).
· Kock, Jos de, en Mirella Klomp, Doing Research in Practical Theology (Routledge, 2025).
· Saunders, M., Ph. Lewis en A. Thornhill. Methoden en technieken van onderzoek (Pearson Benelux, 2015).
· Sensing, Tim, Qualitative Research: A Multi-methods Approach to Projects for Doctor of Ministry Theses (Wipf & Stock, 2011).
· Verschuren, P.; Doorewaard, H., Het ontwerpen van een onderzoek (Boom Lemma, 2007 of nieuwer).
· Ward, Pete, en Knut Tveitereid, red. The Wiley Blackwell Companion to Theology and Qualitative Research (Wiley-Blackwell, 2022).
| Naam | Code | Beoordeling | Gewicht | Vakbodem |
|---|---|---|---|---|
| Onderzoeksplan | MTP-MT2.1A | Waardering | — | — |
| Paper (incl. presentatie) | MTP-MT2.1B | Cijfer | 1 | 5.5 |