MTP-PL1D
De student:
Geestelijke verzorging
laat in de context van geestelijke verzorging een luisterende en empathische houding zien die de persoon en de levensovertuiging van zijn gesprekspartner respecteert (ET 3);
is in staat om te reflecteren op zijn/haar optreden als pastor in de context van geestelijke verzorging en deze activiteit te beschrijven en daarover te communiceren (ET 4,5);
heeft inzicht in het verschil tussen pastoraat en geestelijke verzorging en kan dat verschil in een concrete situatie analyseren en erop reflecteren (ET 3).
Verkondiging:
is in staat in de praktijk preken te maken en te houden (ET 5,A);
kan bewuste keuzes maken in het preekvoorbereidingsproces (ET 1,A);
kan de preekvoorbereiding binnen een duidelijk tijdpad methodisch uitvoeren (ET 8,A).
Doorgaande preekoefening (1 EC):
Je maakt en houdt gedurende de periode MA2a – MA3a drie keer een preek in een kerk. Dit staat onder begeleiding van een mentor. Je zoekt zelf een mentor en meldt dit bij de docent homiletiek. Het mag ook je mentor uit het eerste jaar zijn. Een van deze preken wordt in de homiletische werkplaats voorbereid, die aan het eind van periode 2A wordt gehouden.
De spreiding van de preekoefeningen wordt aan je eigen vrijheid overgelaten, met de aanbeveling om de preekbeurten te spreiden over de hele periode. Je organiseert je feedback door een voorgegeven evaluatieformulier te laten invullen door in ieder geval drie hoorders.
Je hebt in deze periode de ruimte om je bekwaamheden verder te oefenen door vaker voor te gaan in kerkdiensten. Hiervoor gelden duidelijke voorwaarden – zie hiervoor de Nota Praktijklijn.
Geestelijke verzorging (1 EC)
Je loopt een korte stage in een niet-kerkelijke praktijk van geestelijke verzorging (zorginstelling, defensie, justitie enz.) onder begeleiding van een predikant. Je loopt een aantal dagdelen mee en voert ook zelf een activiteit uit.
Beroepshouding: begeleide intervisie (start)
De intervisie start in periode A en loopt door tot in periode C, en vindt plaats mede naar aanleiding van werkervaringen in de praktijklijn in het tweede jaar. De uren zijn verdisconteerd in periode C.
Werkcolleges, preken, reflectieverslag, stage, viering.
Verkondiging: 16 uur homiletische werkplaats, 12 uur zelfstudie (daarbij komt nog 28 uur uit periode 2B)
Geestelijke verzorging: 28 uur
Doorgaande preekoefening
De homiletische werkplaats wordt getoetst aan de hand van het reflectieverslag over homiletiek 2A, waarvan dit een onderdeel is.
De overige twee preken worden elk getoetst aan de hand van een reflectieverslag. Zodra je een preekoefening hebt afgerond, post je het reflectieverslag hierover (inclusief de preek, de evaluatieformulieren en de evaluatie van je mentor). Je post deze verslagen in de Sakai site PL2A. Deze opdrachten dienen voldoende beoordeeld te zijn, voordat je wordt toegelaten tot de eindstage (PL3c). Het reflectieverslag wordt door de docent beoordeeld volgens de criteria van het reflectieverslag (zie nota Toetsvormen TUU).
Geestelijke verzorging
Je schrijft een stage-reflectieverslag, dat bestaat uit maximaal 2000 woorden (exclusief bijlagen). Het wordt besproken en beoordeeld door twee leden van de Stagecommissie. Uit het verslag moet blijken dat je de leerdoelen hebt gehaald. Een evaluatie van de mentor voeg je aan het verslag toe. De stage wordt afgesloten met een gezamenlijk nagesprek, waaraan ook een of meer geestelijk verzorgers deelnemen.
| Naam | Code | Beoordeling | Gewicht | Vakbodem |
|---|---|---|---|---|
| Doorgaande preekoef: reflectie (incl. 2 preken) | MTP-PL2A.1A | Waardering | — | — |
| Geestelijke Verz.: reflectie | MTP-PL2A.1B | Waardering | — | — |