2026/27
← Terug MTP-KVKR
Studiegids 2026/27
MTP-KVKR
Kerkrecht 2.0: Tussen traditie en trend
PeriodeD
DocentBroeke, Leon van den
OpleidingMaster keuzevakken
Leerdoelen

De student:

  • heeft kennis van de hoofdlijnen van het gereformeerde kerkrecht (ET 1);
  • heeft kennis van de verschillende stelsels van kerkrecht (ET 1,2,4,5);
  • is in staat om de structuur van een kerk te beschrijven en te evalueren (ET 2,3,4,5,6)
  • kan vanuit het kerkrechtelijk paradigma reflecteren op de aard en de inhoud van ambtstheologie, het kerkelijk en geestelijk leiderschap, de relatie tussen de lokale kerk en het kerkverband, en de verhouding tussen overheid en geloofsgemeenschappen in een veranderende kerkelijke, religieuze, maatschappelijke en staatkundige context (ET 2,3,4,5);
  • is in staat om in de context van actuele en urgente maatschappelijke en politieke vraagstukken in relatie tot religie en geloofsgemeenschappen een eigen kerkrechtelijke positie te bepalen (ET 2,3,4,5).
Vakinhoud

Deze module biedt een verdieping aan in de kennis, het inzicht, de analytisch competentie en de toepassing van het kerkrecht. Daarbij gaat het niet zozeer om basiskennis, maar ook om de wisselwerking met actuele en urgente kerkelijke, religieuze, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Je weet vanuit een kerkrechtelijke attitude te reflecteren op actuele en urgente ontwikkelingen en die te kunnen plaatsen tegen een historische context.

Vanouds bestudeert het kerkrecht drie klassieke thema’s. Dat betreft de vragen wie in de lokale kerk geestelijk leidinggeeft en aan wie de bijbehorende bevoegdheden toebedeeld zijn; de verhouding tussen de lokale kerk en het kerkverband/ de bovenlokale kerk; en de relatie tussen kerk en staat. Deze drie thema’s tonen ook anno nu hun meerwaarde als wordt gekeken naar actuele en urgente vraagstukken in geloofsgemeenschappen en in de samenleving.

De subthema’s en vragen die in deze module aan de orde komen, zijn gebaseerd op de klassieke thema’s van kerkrechtstelsels als het episcopaal-hiërarchische, het congregationeel-independentistische en het presbyteriaal-synodale:

  • wie heeft om welke redenen de leiding en de bevoegdheden in de kerk (de bisschop, de gemeente of kerkelijke vergaderingen van ambtsdragers)? Het gaat hierbij specifiek om collegiale ambtsuitoefening: ecclesiologie, ambtstheologie en kerkrechtstelsels;
  • hoe is de verhouding tussen de lokale kerk en de kerk of het kerkverband?
  • hoe is de relatie tussen geloofsgemeenschap en staat dan wel de verhouding tussen het religieuze en het statelijke recht?

Door een verdieping aan te brengen in je al aanwezige kennis en kunde, verken je nader de stand van zaken in de theologische en juridische literatuur om zo je kerkrechtelijke gereedschapskist (aan) te vullen. Daarmee weet je aan het einde van de module te reflecteren op actuele vraagstukken in geloofsgemeenschappen en samenleving zoals kerk en corona, pioniersplekken, de verander(en)de (rechts)positie van de predikant of religieus leider, kerkasiel, het al dan niet subsidiëren van geloofsgemeenschappen door de overheid en het recht op vrijheid van meningsuiting binnen geloofsgemeenschappen en godsdienstvrijheid buiten geloofsgemeenschappen – in het publieke domein.

  • de inhoud is conform de toetsopdracht
  • hoofdlijn(en) van de primaire bronnen en secundaire literatuur ondersteunen het formuleren van een antwoord op de hoofdvraag en de subvragen
  • vorm en stijl
  • spelling, interpunctie, opmaak en stijl
  • academisch taalgebruik en duidelijke formuleringen
  • eigen inbreng
  • zelfstandige omgang met primaire bronnen en secundaire literatuur

De becijfering:

Voor elk onderdeel wordt een deelcijfer van 1-4 gegeven:

1 = amper tot niet, stevig onvoldoende, inconsistent, irrelevant, zeer onduidelijk

2 = in aanzet aanwezig maar te weinig uitgewerkt, nog onvoldoende, onduidelijk

3 = voldoende, duidelijk, relevant, beknopt maar adequaat

4 = goed gedetailleerd, zeer duidelijk, relevant en volledig

Een student behaalt een onvoldoende als hij-zij minder dan 11 punten heeft behaald. De overige punten leiden tot de volgende cijfers:

11→5,5 12→6,0 13→6,5 14→7,0 15→7,5 16→8,0 17→8,5 18→9,0 19→9,5 20→10,0

Werkvormen

Literatuurstudie, literatuuropdrachten, drie tutorials en het schrijven van een paper

Studielast

Contacturen: 3 (3x1) uur voorbereiding contacturen: 3 (3x1) uur

Literatuurstudie: 120 uur (verplichte literatuur)

22 uur (aanbevolen/zelf gezochte literatuur)

Paper: 20 uur

Totaal: 168 uur

Toetsing

De student schrijft een paper.

Je paper wordt beoordeeld op:

  • compositie
  • duidelijke opbouw van de paper en inhoudelijke samenhang (inleiding, middenstuk, conclusie)
  • volledigheid: aan alle gevraagde onderdelen in de toetsopdracht wordt voldaan
  • argumentatie
  • onderbouwing met goede argumenten van de beweringen
  • adequate en relevante referenties naar de primaire bronnen en de secundaire literatuur
Summatieve toetsen
Naam Code Beoordeling Gewicht Vakbodem
Paper MTP-KVKR Cijfer 1 5.5
Totaal gewicht: 1 ✓