De student:
Deze module biedt een verdieping aan in de kennis, het inzicht, de analytisch competentie en de toepassing van het kerkrecht. Daarbij gaat het niet zozeer om basiskennis, maar ook om de wisselwerking met actuele en urgente kerkelijke, religieuze, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Je weet vanuit een kerkrechtelijke attitude te reflecteren op actuele en urgente ontwikkelingen en die te kunnen plaatsen tegen een historische context.
Vanouds bestudeert het kerkrecht drie klassieke thema’s. Dat betreft de vragen wie in de lokale kerk geestelijk leidinggeeft en aan wie de bijbehorende bevoegdheden toebedeeld zijn; de verhouding tussen de lokale kerk en het kerkverband/ de bovenlokale kerk; en de relatie tussen kerk en staat. Deze drie thema’s tonen ook anno nu hun meerwaarde als wordt gekeken naar actuele en urgente vraagstukken in geloofsgemeenschappen en in de samenleving.
De subthema’s en vragen die in deze module aan de orde komen, zijn gebaseerd op de klassieke thema’s van kerkrechtstelsels als het episcopaal-hiërarchische, het congregationeel-independentistische en het presbyteriaal-synodale:
Door een verdieping aan te brengen in je al aanwezige kennis en kunde, verken je nader de stand van zaken in de theologische en juridische literatuur om zo je kerkrechtelijke gereedschapskist (aan) te vullen. Daarmee weet je aan het einde van de module te reflecteren op actuele vraagstukken in geloofsgemeenschappen en samenleving zoals kerk en corona, pioniersplekken, de verander(en)de (rechts)positie van de predikant of religieus leider, kerkasiel, het al dan niet subsidiëren van geloofsgemeenschappen door de overheid en het recht op vrijheid van meningsuiting binnen geloofsgemeenschappen en godsdienstvrijheid buiten geloofsgemeenschappen – in het publieke domein.
De becijfering:
Voor elk onderdeel wordt een deelcijfer van 1-4 gegeven:
1 = amper tot niet, stevig onvoldoende, inconsistent, irrelevant, zeer onduidelijk
2 = in aanzet aanwezig maar te weinig uitgewerkt, nog onvoldoende, onduidelijk
3 = voldoende, duidelijk, relevant, beknopt maar adequaat
4 = goed gedetailleerd, zeer duidelijk, relevant en volledig
Een student behaalt een onvoldoende als hij-zij minder dan 11 punten heeft behaald. De overige punten leiden tot de volgende cijfers:
11→5,5 12→6,0 13→6,5 14→7,0 15→7,5 16→8,0 17→8,5 18→9,0 19→9,5 20→10,0
Literatuurstudie, literatuuropdrachten, drie tutorials en het schrijven van een paper
Contacturen: 3 (3x1) uur voorbereiding contacturen: 3 (3x1) uur
Literatuurstudie: 120 uur (verplichte literatuur)
22 uur (aanbevolen/zelf gezochte literatuur)
Paper: 20 uur
Totaal: 168 uur
De student schrijft een paper.
Je paper wordt beoordeeld op:
| Naam | Code | Beoordeling | Gewicht | Vakbodem |
|---|---|---|---|---|
| Paper | MTP-KVKR | Cijfer | 1 | 5.5 |