None
De student kan:
uitleggen wat ‘contextuele sensitiviteit’ en ‘hermeneutiek’ inhouden en waarom deze contextuele sensitiviteit en aandacht voor hermeneutiek voor beoefening van theologie relevant zijn (ET 1,2) (kern 1).
reflecteren op de contextuele sensitiviteit en hermeneutisch besef in de eigen theologiebeoefening (ET 1,2) (kern 1).
uitleggen wat het eigene is van de theologie als wetenschap, van de verschillende theologische disciplines, wat de onderlinge samenhang van deze disciplines is, en hoe de theologie zich verhoudt tot andere vakgebieden (ET 2,4,5) (kern 2).
zijn/haar onderzoek positioneren in een theologische discipline(s) en andere vakgebieden, en de bredere samenhang van het onderzoek met andere vakgebieden en disciplines benoemen (ET 2,3,4,5) (kern 2/3).
beredeneren wat de consequenties zijn van deze positionering in een relevante theologische discipline voor het onderzoeksontwerp en de keuze voor onderzoeksmethoden van het eigen onderzoek (ET3,4) (kern 3).
aangeven hoe je als wetenschapper eerlijk en transparant te werk gaat en verantwoording aflegt van je doen en laten als onderzoeker (bronnengebruik, wetenschappelijke integriteit) (ET 3,4) (kern 3)
theologisch reflecteren op - en zich een theologisch oordeel vormen over de gegevens die methodisch verantwoord verzameld worden (ET 3,4,6,7 en 8) (kern 4).
een beargumenteerd standpunt innemen op basis van deze theologische oordeelsvorming (ET 3,4,6,7 en 8) (kern 4).
The student is able to:
explain the meaning of "contextual sensitivity" and "hermeneutics" and why this contextual sensitivity and attention to hermeneutics is relevant for the practice of theology (ET 1,2) (theme 1).
reflect on the contextual sensitivity and hermeneutical awareness of one's own theology practice (ET 1,2) (theme 1).
explain what is specific to theology as a science. to the various theological disciplines, what is the mutual relationship of these disciplines, and how theology relates to other sciences (ET 2,4,5) (theme 2).
position his / her research in a theological discipline(s) and in the broader academic context, and identify and explain the interrelationship of the research within this context (ET 2,3,4) (theme 2/3).
reason about the consequences of this positioning in a relevant theological discipline for the research design and the choice of research methods for one's own research (ET3,4) (theme 3).
explain how to operate honestly and transparently as a scientist and be accountable for one’s actions as a researcher (ET 3,4) (theme 3).
reflect theologically on - and form a theological judgment on the data that have been collected in methodically reasonable manner (ET 3,4,6,7 and 8) (theme 4).
take a reasoned position on the basis of this theological judgment (ET 3, 4, 6, 7 and 8) (theme 4).
Contextualiteit: theologisch denken is contextueel. De Heilige Geest laat ons steeds weer in nieuwe situaties (contexten en culturen) verstaan wat het evangelie te zeggen heeft (Burger).
Het ontwerpen van een onderzoek: deelnemen aan wetenschap betekent weten wat je doet, waarom je dat doet, kritisch kunnen reflecteren op wat je doet en kunnen verantwoorden wat je doet. Dat geldt ook voor theologisch onderzoek, wat moet blijken uit een onderzoeksontwerp (Van der Stoep).
Hermeneutiek: een soteriologische benadering. Vanwege de noëtische gevolgen van de zonde en de gedeeltelijke verborgenheid van Gods handelen, is een soteriologische benadering van hermeneutiek nodig (verstaan coram deo in een door God geschonken deelnemersperspectief) (Burger).
De theoloog als onderzoeker: theologisch onderzoek doen vanuit een deelnemersperspectief en de betekenis daarvan voor het methodisch handelen van de onderzoeker (Van der Stoep).
Theologie als academische discipline: Het object van de theologie, de verschillende zwaartepunten en hun onderlinge samenhang (Burger).
Theologisch denken en theologische oordeelsvorming: docenten binnen de diverse theologische vakken introduceren de student in hun theologisch denkwerk en hun theologische oordeelsvorming (Vakdocenten uit diverse theologische vakken).
Onderzoeksmethoden en technieken: de verschillende theologische vakken kennen elk hun eigen onderzoeksmethoden en – technieken. Het kiezen van methoden en technieken met het oog op een consistent theologisch onderzoek (Van der Stoep).
Integriteit als onderzoeker: standaarden voor goed wetenschappelijk onderzoek, vertrouwelijkheid van gegevens, omgaan met verschillende belangen (Van der Stoep).
Theologisch oordelen en theologische criteria: theologisch denken voltrekt zich als een circulair proces. Theologische oordeelsvorming is een ingewikkeld proces. Methodes en criteria maken het mogelijk om van dit proces intersubjectief verantwoording af te leggen (Burger).
Schrijven van een onderzoeksplan en gezamenlijk bespreken van onderzoeksplannen van andere masterstudenten uit andere disciplines (Van der Stoep).
Contextuality: theological thinking is contextual. Again and again, the Holy Spirit makes us understand what the gospel has to say in new situations (contexts and cultures) (Burger).
Designing research: participating in science means knowing what you are doing, why you are doing this, being able to reflect critically on what you are doing, and being able to justify what you are doing. This also applies to theological research, which must be evident from a research design (Van der Stoep).
Hermeneutics: a soteriological approach. Due to the noetic consequences of sin and the partly hidden nature of God's acts, necessary is a soteriological approach of hermeneutics (understanding coram deo in a God given participant's perspective) (Burger).
The theologian as researcher: conducting theological research from a participant's perspective and its significance for the methodical actions of the researcher (Van der Stoep).
Theology as academic discipline. The object of theology, the different centers of gravity and their mutual coherence (Burger).
Theological thinking and theological judgment: teachers within the various theological disciplines introduce the student to their theological thinking and their theological judgment (Teachers from various theological disciplines).
Research methods and techniques: the different theological subjects each have their own research methods and techniques. Choosing methods and techniques with a view to consistent theological research (Van der Stoep).
Research integrity: Standards for good academic work, data confidentiality, dealing with different interests (Van der Stoep).
Theological judgments and theological criteria: theological thinking occurs as a circular movement. Theological judgment is a complex process. Methods and criteria enable intersubjective accountability of this process. (Burger).
Writing a research plan and jointly discussing research plans of other master students from other disciplines (Van der Stoep).
Hoor- en werkcolleges (14 keer 2 uur); zelfstudie; huiswerkopdrachten, essay.
Lectures and tutorials (14 meeting of 2 hours); self-study; homework assignments, essay.
Contacturen: 28 uur. Zelfstudie, inclusief 16 uur collegevoorbereiding: 72 uur.
Huiswerkopdrachten en voorbereiding groepsbespreking: 12 uur
Essay: 50 uur
Het schrijven van een onderzoeksplan valt buiten de studielast van dit vak.
Contact hours: 28 hours. Selfstudy, including 16 hours preparation of lectures: 72 hours.
Homework assignments and preparation group work: 12 hours
Essay: 50 hours
Writing a research proposal is not included in the study load of this course.
1. Essay (maximaal 5000 woorden) waarin je ingaat op de vraag op welke manier je binnen je eigen vakgebied/master op een verantwoorde manier onderzoek wilt doen, in dialoog met de auteurs en teksten die op colleges behandeld zijn.
2. Onderzoeksplan (beoordeling primair door studieleider)
1. Essay (maximum 5000 words) addressing the question of how you plan to responsibly conduct research within your own field/master's level, in dialogue with the authors and texts covered in lectures.
2. Research proposal (assessment primarily by study leader)
Bovenstaande literatuur beslaat 48 uur van de 72 uur voor collegevoorbereiding en zelfstudie. De overige 24 uur wordt voor elke eenjarige mastervariant ingevuld met literatuur op het gebied van hermeneutiek, wetenschapsfilosofie of methodiek die specifiek is voor die mastervariant. In de reader vind je een lijst met literatuur.
The above literature covers 48 hours of the 72 hours for lecture preparation and self-study. For each one-year master variant, the remaining 24 hours are filled in with literature in the field of hermeneutics, philosophy of science or methodology that is specific to that master variant. In the reader, you can find a list of literature.
Sensing, Tim. Qualitative Research. A Multi-Methods Approach to Projects for Doctor of Ministry Theses. Eugene: Wiph & Stock Publishers, 2011.
Turabian, Kate L. A Manual for Writers of Research Papers, Theses and Dissertations. 8th Edition. Chicago|London|: The University of Chicago Press, 2013.
| Naam | Code | Beoordeling | Gewicht | Vakbodem |
|---|---|---|---|---|
| Onderzoeksplan | MACCB | Waardering | — | — |
| Essay | MACCA | Cijfer | 1 | 5.5 |