De student:
is in staat haar/zijn beroepsidentiteit in het diaconale handelen te analyseren en te evalueren (ET 8).
Nadere bezinning (vervolg op Bachelor) op diaconaat als onmisbare basispraktijk van kerk-zijn. Daarbij wordt primair nagedacht over diaconale praktijken die vanuit of in verbinding met lokale kerken gestimuleerd en gerealiseerd worden op verschillende niveaus van diaconaal handelen.
Zowel de theorie en praktijk van onderling diaconaat binnen de gemeente en vanuit de gemeente en van de mogelijkheden van oecumenische samenwerking op diaconaal gebied staan centraal.
Ook de kennismaking met het functioneren van een (lokaal) Diaconaal Platform staat op het programma, alsmede de praktisch-theologische doordenking daarvan.
Hoor- en besprekingscolleges (5x 2 uur) om de verschillende thema’s te verkennen, gekoppeld aan commentaar bij verplichte literatuur.
Kennismaking met een lokaal Diaconaal Platform (door middel van interview).
Het te schrijven paper wordt in groepen besproken, waarbij studenten elkaars werk recenseren en evalueren.
Contacturen: 12 (colleges: 5x2 uur; groepsgesprek over gemaakte papers: 2 uur)
Collegevoorbereiding: 5u
Zelfstudie/opdrachten: 53u (kennismaking Diaconaal Platform: 8 uur; paper: 8 uur)
Paper, inclusief verwerking van bestudeerde literatuur en reflectie op beroepsidentiteit in diaconaat en op kennismaking met een Diaconaal Platform (3000-5000 woorden).
| Naam | Code | Beoordeling | Gewicht | Vakbodem |
|---|---|---|---|---|
| Praktische Theologie 2: Diaconaat in oecumenisch perspectief | MTP-PT2 | Cijfer | 1 | 5.5 |