Bachelor-cursussen Kerkgeschiedenis behaald.
(geldt niet voor studenten met premasterpakket)
De student/e:
1. kan de betekenis van de in de module behandelde auteurs en stromingen plaatsen in het complexe geheel van de ontwikkelingen in de theologie in de geschiedenis van de 16e tot de 21e eeuw (ET 1,2,6);
2. kan de hoofdlijnen traceren van de ontwikkeling van verschillende (reformatorische) stromingen in de kerkgeschiedenis vanaf de 16e eeuw (ET 1,2,3,7);
3. beschikt over de methodologische vaardigheden om zelfstandig bronteksten van verschillende genres in close text reading te lezen en te interpreteren (ET 2,3,4);
4. heeft inzicht in de context van deze bronteksten en kan deze context verdisconteren in haar/zijn interpretatie (ET 3,4);
5. is in staat de opgedane kennis over (kerk)historische methodes en theoretische perspectieven toe te passen in de thematische papers over de behandelde auteurs en hun teksten (ET 4,5,7);
6. weet de opgedane kennis van de besproken auteurs en hun werken vruchtbaar te maken voor de hedendaagse theologische discussies in de diverse kerken, voor de oecumenische dialoog en voor gesprekken over maatschappelijk relevante kwesties (ET 1,2,6,7).
Deze cursus kerkgeschiedenis bouwt voort op de bachelor colleges kerkgeschiedenis waar de ontwikkeling van theologie en kerk in grote lijnen aan de orde komt. Deze cursus richt zich specifiek op de vorming van de kerkelijke landkaart in de Nederlanden vanaf de 16e tot de 21e eeuw. De module bestaat uit zes colleges. Het vertrekpunt van de cursus vormt de brede reformatiebeweging van de 16e eeuw en de blauwdruk van de kerkelijke landkaart die zich hier begint af te tekenen (college 1). In de 17e en 18e ontstaat een rijkgeschakeerd kerkelijk landschap, waarin zich confessionele en kerkelijke tegenstellingen verscherpen (college 2). In de 19e eeuw drukt de Verlichting een stempel op theologie en christelijke kerk, de verscheidenheid in reacties hierop bepalen de groeiende theologische en kerkelijke variëteit in de 19e eeuw (college 3). De late 19e en vroege 20e eeuw kenmerken zich mede door emancipatie en versnippering in de maatschappij. De wereldoorlogen brengen de maatschappij in crisis (college 4). De Tweede Wereldoorlog brengt ook een cesuur in kerkgeschiedenis en theologie teweeg. Theologische thema’s zoals Luthers twee-rijken-leer werden in de oorlog en in de nasleep ervan op de proef gesteld, met name in de kwestie van het (kerkelijk) verzet tegen het Nazi regime als overheid (college 5). De tweede helft van de 20e eeuw kenmerkt zich door grote veranderingen in christelijke kerk en maatschappij. Theologie en kerk verdwijnen steeds meer naar de marge, tegelijk dringt de crisis tot bezinning en nieuwe wegen naar eenheid worden gezocht (college 6).
De gekozen bronteksten worden als primaire literatuur in close text reading centraal gesteld. De module wil de student/e uitdagen om op basis van bronnenstudie tot een eigen interpretatie te komen.
In de bespreking van de bronteksten wordt de verbinding gezocht tussen de betekenis in hun eigen context en de hedendaagse relevantie.
De colleges 1-4 en 6 worden gegeven door J.C. Klok, college 5 een nader aan te kondigen docent.
Hoor- en werkcolleges gecombineerd met een open boek tentamen en het oefenen in schrijven in de vorm een paper.
Contacturen: 18 (6x3u) u
Collegevoorbereiding: 36 u
Zelfstudie: 106 u
Paper: 30 u
Open boek tentamen: 2 u
Open boek tentamen (50%), paper (30%), participatiecijfer (20%).
Literatuur colleges
N.B.: Veranderingen in de literatuur worden voor aanvang van de cursus door de docent aangegeven
| Naam | Code | Beoordeling | Gewicht | Vakbodem |
|---|---|---|---|---|
| Open-boek tentamen | MTP-KG.2A | Cijfer | 1/2 | 1.0 |
| Paper | MTP-KG.2B | Cijfer | 3/10 | 1.0 |
| Participatie | MTP-KG.2C | Cijfer | 1/5 | 1.0 |