Geen
De student:
1. kan van enkele belangrijke onderwerpen uit de christelijke geloofsleer (o.a. de aard van theologie, godsleer, schepping, theologische antropologie, zonde) de voornaamste thema’s, begrippen en vraagstukken beschrijven en uitleggen (ET 1,3);
2. kan de besproken theologische thema's plaatsen tegen de achtergrond van het spreken van de Schrift, de ontwikkeling in de christelijke traditie en de hedendaagse context (ET 1,3);
3. kan eigen spiritualiteit en ervaring verbinden aan theologisch denken en spreken (ET 1,2,9);
4. kan over een zelfgekozen thema een beknopte systematisch theologische paper schrijven (ET 1,5,6).
Dit vak geeft een eerste oriëntatie op de onderwerpen van de christelijke geloofsleer. Het gaat over vragen als: Wie is God? Hoe kun je als theoloog goed over God spreken? Hoe kunnen we de relatie tussen God en de schepping zien? Wat betekent het om als mens ‘beeld van God’ te zijn?
Je maakt kennis met belangrijke begrippen, methodes en stijlen die in de Systematische Theologie gebruikt worden, en leert welke vragen en motieven de christelijke theologie bezighielden rond de vorming van de dogma’s in de Vroege Kerk.
Het vak geeft je een beeld van de beoefening van systematische theologie, waarin je ook zelf en gezamenlijk oefent en waarvan een korte paper je eerste proeve van bekwaamheid zal vormen.
Hoor- en werkcolleges ter begeleiding van verschillende onderwerpen uit de Christelijke dogmatiek; opdrachten aan de hand van korte teksten uit de traditie van de christelijke theologie; oefeningen van verschillende stappen voor het schrijven van je paper.
Contacturen: 18u (6x3u in de collegeperiode)
Collegevoorbereiding: 18u
Zelfstudie: 104u (70u voor Christelijke Dogmatiek, 18u voor keuzeliteratuur, 16u voor schrijven paper. NB: ook in de collegevoorbereiding worden delen zelfstudie reeds uitgevoerd)
Tentamen: 2u
· Schriftelijke toets over Christelijke Dogmatiek, hoofdstuk 1 t/m 9.
· Paper van 1000-1200 woorden over één van de thema's die in de tentamenliteratuur aan de orde komen, waarin de student aan de hand van een eigen vraagstelling en met behulp van passende keuzeliteratuur een eigen standpunt inneemt.
Het totaalcijfer bestaat uit cijfer toets (2/3) en cijfer essay (1/3). Zowel toets als essay moeten met minimaal een 5,5 beoordeeld zijn.
|
|
Pag. |
Cat. |
U. |
|
Brink, G. van den; Kooi, C. van der, Christelijke Dogmatiek (Boekencentrum, 2012), hoofdstuk 1 t/m 9 |
327 |
2 |
70 |
|
Keuzeliteratuur paper |
90 |
2 |
18 |
| Naam | Code | Beoordeling | Gewicht | Vakbodem |
|---|---|---|---|---|
| Schriftelijk tentamen | BT-ST1A.2A | Cijfer | 2/3 | 5.5 |
| Paper | BT-ST1A.2B | Cijfer | 1/3 | 5.5 |